Blog

Bernie Dunlap spreekt over een gepassioneerd leven

 

 

De president van het Wofford College, Bernie Dunlap vertelt het verhaal van Sandor Teszler, een Hongaarse overlevende van de Holocaust die hem leerde over gepassioneerd leven en een leven lang leren.

 

Bernie Dunlap · College president
Bernie Dunlap is een echte duizendpoot. Zijn talenten strekken zich uit over poëzie, opera, ballet, literatuur en administratie. Hij is de president van het Wofford College in South Carolina.

 

Nederlandse vertaling van de lezing:

 
06:58

En toen — toen in de late jaren 1950, in de nasleep van Brown versus Board of Education,wanneer de Klan was wederopgeleefd over het gehele zuiden, Zei Mr. Teszler, “Ik heb dit gesprek eerder gehoord.” En hij riep zijn top-assistent bij zich en vroeg, “Waar zou je zeggen dat het racisme, in deze regio, het venijnigste is?” “Wel, ik weet het niet precies, Mr. Teszler. Ik denk dat dat in Kings Mountain is.” “Goed, koop ons wat land in Kings Mountain, en kondig dan aan dat we daar een grote fabriek gaan bouwen.” De man deed zoals hem was opgedragen, en kort nadien kreeg Mr. Teszler bezoek van de blanke burgemeester van Kings Mountain. Nu, u moet weten dat in die tijd de textiel-industrie in het Zuiden berucht gesegregeerd was. De blanke burgemeester bezocht Mr. Teslzer en zei, “Mr. Teszler, ik geloof er in dat u een heleboel blanke werknemers zult aannemen” Mr. Teszler zei hem: “Breng me de beste werknemers die u kan vinden, en als ze goed genoeg zijn, zal ik ze aannemen.” Hij ontving ook een bezoek van de leider van de zwarte gemeenschap, een minister, die zei: “Mr. Teszler, ik hoop dat u wat zwarte werknemers zult aannemen voor u nieuwe fabriek.” Hij kreeg hetzelfde antwoord: “Breng je beste werklieden, en als ze goed genoeg zijn, zal ik ze aannemen.” Het gebeurde dat de zwarte minister zijn job beter deed dan de blanke burgemeester, maar dat is niet van belang. Mr. Teszler nam 16 man in dienst, acht blanken, acht zwarten.

 
08:21

Ze zouden zijn nieuwe leidende groep, zijn toekomstige voormannen zijn. Hij had de zware apparatuur voor zijn nieuwe proces geïnstalleerd in een verlaten loods in de nabijheid van Kings Mountain, en gedurende twee maanden zouden deze 16 mannen samenleven en -werken, om het nieuwe proces te leren beheersen. Hij verzamelde hen na een initiële rondleiding in de inrichting en vroeg of er vragen waren. Er was wat gemor en geaarzel, en toen stapte één van de blanke werkers naar voren en zei: “Ja, be hebben deze plaats bekeken — en er is maar één plaast om te slapen, er is maar één plaats om te eten, er is maar één badkamer, er is maar één water-fontein. Zal deze fabriek geïntegreerd zijn dan?” Mr. Teszler zei: “Jullie wordt het dubbele loon betaald tegenover andere textielwerkers in deze regio, en dit is hoe wij zaken doen. Heb je nog andere vragen?” “Nee, ik denk van niet.” En twee maanden later, wanneer de algemene fabriek opende en honderden nieuwe werkers, blanken en zwarten, binnenstroomden om de faciliteit voor de eerste keer te bekijken, werden ze ontvangen door 16 voormannen, blank en zwart, ze stonden schouder aan schouder. Ze werden door de installatie geleid en er werd gevraagd of ze vragen hadden. En onontkomelijk werd dezelfde vraag gesteld: “Zal deze fabriek geïntegreerd zijn dan?” Eén van de blanke voormannen stapte naar voren en zei, “Jullie word het dubbele loon betaald van eender welke andere werknemers in deze industrie in deze regio en dit is hoe wij zakendoen. Heb je andere vragen?”

 
09:43

En er waren er geen. In één klap had Mr. Teszler de textiel-industrie geïntegreerd in dat deel van het Zuiden. Het was een prestatie Mahatma Gandhi waardig, uitgevoerd met de snuggerheid van een advocaat en het idealisme van een heilige. In zijn tachtiger jaren heeft Mr. Teszler, na met pensioen te zijn gegaan in de textiel-industrie, Wofford College aangenomen — elke semester cursussen bijwonende. En, omdat hij de neiging had om alles te kussen wat beweegde, werd hij liefkozend bekend als Opi — welk Magyaars is voor grootvader — bij iedereen in het instituut. Tegen de tijd dat ik daar kwam was de bibiliotheek van het college genoemd naar Mr. Teszler, en nadat ik aankwam in 1993, besloot de faculteit zichzelf te eren door Mr. Teszler tot Professor van het college te benoemen. Deels omdat hij op dat punt al alle cursussen uit de catalogus had gevold, maar vooral omdat hij zo opvallend veel wijser was dan éénieder van ons. Voor mij was het enorm geruststellend dat de voorzittende geest van dit kleine methodistische college in Zuid-Carolina een holocaust-overlever was van Centraal-Europa. Wijs was hij, inderdaad, maar hij had ook een wonderlijk gevoel voor humor. En één keer, voor een interdisciplinaire klas, was ik de openings-scene van Ingmar Bergman’s “The Seventh Seal” aan het projecteren. Wanneer de middeleeuwse Antonius Blok terugkerende van een wilde eenden-jacht op de kruistochten en aankomende aan de rotskusten van Zweden, alleen het spook des doods op hem vond te wachten, zat Mr. Teszler in het donker met zijn medestudenten. En toen de dood zijn mantel opende om de ridder te omhelzen in een huiveringwekkende omhelzing, hoorde ik Mr. Teszler’s sidderende stem: “O o”, zei hij, “Dit ziet er niet zo goed uit.”

 

Kijk ook:

 

 

 

 

0

Voeg een Commentaar